Tips bij het tekenen

Geschreven: 21 februari 2017 door admin

Iedereen kan tekenen, ook degene die roept dit niet te kunnen. Het is puur een kwestie van goed leren kijken en vooral veel oefenen.

Je zult moeten leren om beter te zien, wanneer je beter wilt leren tekenen. De rechterkant van de hersenen bevatten onze fantasie en creativiteit. De linkerkant van onze hersenen is meer voor de logica. Je moet dus oefenen om te leren ‘zien’ met de rechterkant van je hersenen om je creaties en verbeeldingskracht te stimuleren.
Een paar kleine oefeningetjes hiervoor zijn;
– Het tekenen van alleen een omtrek van de afbeelding.
– Het tekenen van een voorwerp ondersteboven, waarnaar je vervolgens je vel papier omdraait om te zien of het is gelukt.
– Zet een object voor je, bijvoorbeeld een beker en denk deze door de helft. Teken vervolgens de rechterkant van het object en ook links.
– Neem licht en donker waar door je ogen dicht te knijpen en langs je wimpers te kijken.

Vele voorwerpen zijn opgebouwd uit een paar basisvormen. Je hebt daarbij 2D en 3D basisvormen. De 2D vormen zijn een cirkel, driehoek, vierkant, ovaal en rechthoek. De 3D vormen zijn een kegel, de piramide, kubus, cilinder en bolvorm. Voordat je begint met tekenen is het belangrijk dat je deze basisvormen in een object kunt herkennen en weet te plaatsen. Oefen dit door combinaties van kegels, en bollen te tekenen, bijvoorbeeld door een cirkel in een vierkant op een kubus te tekenen, die op zijn beurt weer staat op een piramide.

Wanneer je iets na wilt gaan tekenen dien je de afstanden, hoeken en lengtes goed in te schatten. Dit is vaak een moeilijke klus, daarom kun je als hulpmiddelen een liniaal, je potlood of eventueel je duim gebruiken. Wil je bijvoorbeeld de hoogte meten van een voorwerp, houd dan je potlood verticaal en schuif met je duim over het potlood net zo lang totdat je de goede maat tussen je duim en de punt van het potlood hebt. Deze maat kun je dan gebruiken voor je tekening. Voor goede afmetingen kun je ook rasters gebruiken. Zet deze wel licht op, zodat je ze achteraf weer weg kunt gummen.

Je wilt dat je tekening ‘echt’ gaat lijken. Dit kun je bereiken door perspectief te tekenen. Dit is de kunst om voorwerpen weer te geven op papier zoals wij deze vanuit ons oogpunt zien. Met het in perspectief tekenen ga je diepte creëren. Door gebruik te maken van licht en donker, kleuren en de vormen creëer je diepte in je tekening. De schaduwpartij zegt ons onder andere waar de richting van het licht vandaan komt. Let ook vooral op de horizon en waar de punten in de verte verdwijnen.

Wil je een tekening echt laten lijken, dan is het van groot belang een goede compositie te hebben. Deze bepaald namelijk voor een groot deel de sfeer die je uit wilt stralen met je tekening. De compositie wordt samengesteld door onderdelen en elementen tot een geheel samen te voegen. Een symmetrische tekening, waarbij alles in overeenstemming is, geeft over het algemeen evenwicht en rust. Dit in tegenstelling tot een tekening die asymmetrisch, onevenredig is. Dit geeft meer spanning en afwisseling weer. Door kleine ruwe schetsjes te maken, zie je gauw genoeg of je compositie werkt.

Met de toon van je tekening geef je het verschil tussen donker en licht aan. Hierdoor kunnen de vormen ruimtelijk worden gezien. Een goede verdeling van toonwaarden en lijnengebruik is daarom van groot belang. De diverse tonen kun je op verschillende manieren bereiken.

  • Door hard of zacht te drukken op je potlood.
  • Door sommige delen van je tekening meer te arceren dan andere stukken.
  • Door uiteenlopende potloden te gebruiken, deze zijn er van 9H = hard tot 9B= zacht, waarbij geldt, hoe zachter het potlood, hoe donkerder de toon zal zijn.
  • Door stukjes uit de tekening lichtjes uit te vegen met een tissue of doezelaar.

Wil je de tekening meer kleur gaan geven, dan is het gebruik van een kleurencirkel een handig hulpmiddel. Hierin vind je de primaire kleuren rood, geel en blauw en de secundaire kleuren groen, oranje en paars.
Worden de 3 primaire kleuren onderling met elkaar vermengd dan ontstaat de bruin- grijs- blauwachtige kleur, welke we een tertiaire kleur noemen. De kleuren tegenover elkaar in de kleurencirkel zijn complementaire, tegengestelde kleuren, ze geven een groot contrast en versterken elkaar. Gelijksoortige kleuren daarentegen stralen een gevoel van harmonie uit.

Tot de koele kleuren behoren groene, violet en blauwe kleuren, waarvan deze laatste de koelste kleur is. Tot de warme kleuren behoren de geel, rood en oranje toonsoorten. Maar ook de aardkleuren geven een gevoel van warmte en geborgenheid. De tertiaire kleuren grijs en bruin kunnen afhankelijk van het aandeel rood, blauw of geel, koel of warm zijn.

Als laatste voor een goede tekening noemen we nog de schaduw. Zoals gezegd als je ruimte en diepte wilt creëren zijn toon en schaduw zeer belangrijk. Valt er licht op een voorwerp dan zal er aan de andere kant van het object een schaduw ontstaan. Deze zal dicht bij het voorwerp het donkerst zijn en verder naar buiten toe vervagen. Het soort licht, de lichtsterkte en de plaats waar het licht vandaan komt zijn zeer bepalend voor de sfeer en uitstraling van de tekening. Daarbij geeft natuurlijk licht een geheel ander effect dan een kunstmatig soort licht.

Tenslotte, tekenen is een heerlijke ontspanning. Het geeft je rust, je kunt het zowel binnen- als buitenshuis doen en je hebt er niet veel voor nodig. Een vel papier, wat potloden, een gum en een puntenslijper.
Teken doodgewone objecten zoals een stuk fruit of die elegante vaas. Probeer je hand na te tekenen, knip foto’s uit een tijdschrift en teken deze na, ga de natuur in om te schetsen of teken blind iets op papier. Wanneer je wat meer gevorderd bent kun je je gaan wagen aan het tekenen van een dier of zelfs een portret, wellicht een zelfportret.
Tekenen is met name veel, heel veel oefenen, goed kijken en vooral ook doorzetten! Want iedereen kan tekenen, ook jij!

Comments are closed.